Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, St.Martens-Latem, gemeente, kunst, art deco, art nouveau, wiener secession, oscar vande voorde Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, gemeente, oost vlaanderen, oost-vlaanderen, Sint Martens Latem, oscar vande voorde, oscar van de voorde, vande voorde, vandevoorde, architekt, architect, artdeco, cottage, art deco, art nouveau, artnouveau, art, kust, kunstgallerij, kunst gallerij, kunt gallerijen, wiener sezession, sezession, wiener, glasgow school, art school, school, bedrijven, verenigingen, St.Martens-Latem, restaurant, restaurants, fietsroutes, fietsroute, fiets route, fietsen, fiets, immo, st.Martens-Latem, map, Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, St.Martens-Latem, gemeente, kunst, art deco, art nouveau, wiener secession, oscar vande voorde Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, gemeente, oost vlaanderen, oost-vlaanderen, Sint Martens Latem, oscar vande voorde, oscar van de voorde, vande voorde, vandevoorde, architekt, architect, artdeco, cottage, art deco, art nouveau, artnouveau, art, kust, kunstgallerij, kunst gallerij, kunt gallerijen, wiener sezession, sezession, wiener, glasgow school, art school, school, bedrijven, verenigingen, St.Martens-Latem, restaurant, restaurants, fietsroutes, fietsroute, fiets route, fietsen, fiets, immo, st.Martens-Latem, map

Oscar van de Voorde

De eigen cottage van bouwmeester Oscar Van de Voorde
(1910 ~ 1913)*

De bouwmeester

Oscar Henricus Van de Voorde werd op 19 november 1871 geboren in de Zaaimanstraat nr. 3 te Gent, een ondertussen verdwenen straatje dat de Sint-Margrietstraat met de Schipgracht verbond. Over zijn jeugdjaren is weinig bekend. Hij liep school in de Rijksmiddelbare school en daarna in het Koninklijk Atheneum te gent en s’avonds volgde hij lessen piano en viool aan het Conservatorium. Als scholier liet hij zich in 1887 inschrijven aan de Academie voor Schone Kunsten te Gent voor het vak ‘Antiek Hoofd’ bij kunstschilder louis Tytgadt. Twee jaar later veranderde hij van studierichting en liet hij zich inschrijven voor de cursus ‘Bouwkunde’ bij architect Charles Verspiegel. In het tweede jaar bouwkunde kreeg Van de Voorde les van bouwmeester Joseph De Waele, de latere restaurateur van het Gravensteen, en in de twee daarop volgende jaren werd hij begeleid door stadsbouwmeester Charles van Rysselberghe, die zijn gedrag en zijn ‘leerzaamheid’ als uitmuntend omschreef.

In 1894 werd Van de Voorde bekroond als laureaat van de zesjaarlijkse 'grote prijskamp in de bouwkunde' wat hem tegelijk zijn diploma van bouwkundige opleverde. Als laureaat ontving hij van het stadsbestuur, gedurende drie opeenvolgende jaren, een beurs om studiereizen in het buitenland te ondernemen, vermeerderd met een beurs vanwege het provinciebestuur. In 1895 studeerde hij aan de Academie voor Schone Kunsten te Parijs en werkte hij in ateliers van enkele belangrijke moderne meesters. Nadien bezocht hij verschillende steden in Zuid-Frankrijk, waarna hij verder reisde naar Firenze en Noord-Italië. In 1895 en 1896 studeerde hij 'Middeleeuwse Bouwkunde' bij Charles van Ryseelberghe en in de zomer van 1896 ondernam hij een reis naar Zwitserland en Duitsland. Nadien was hij gedurende een korte periode leerling-architect bij de Koninklijke Commissie voor Monumenten. In 1896 was Van de voorde medestichter van 'Kunst en Kennis', een vereniging van leerlingen en oud-leerlingen van de Gentse Academie. De vereniging organiseerde ontwerwedstrijden, tentoonstellingen in de Aula van de Universiteit, lezingen, studiereizen en gaf tussen 1903 en 1907 een tijschrift uit. Oscar Van de Voorde was voorzitter van 1896 tot 1935.

In 1898 ondernam hij een reis naar Wenen waar hij vermoedelijk lessen volgde aan de Weense Academie bij de bekende bouwmeester otto Wagnet (1841 ~ 1918). Van de Voorde kwam onder de indruk van de Wiener Secession en zal onder meer in de woning in Deurle deze strakke stijl met geometrische versieringselementen toepassen.

 
Wiener Secession
Gezicht op de woning vanaf de tholostempel (foto Dirk Laporte, 1998).

In het najaar van 1898 werd Oscar van de Voorde aangesteld als 'leraar van de 3de klas bouwkunde' aan de Koninklijke Academie van Gent. het was het begin van een schitterende carriere als leraar, en later ook als directeur van de Academie, waar van de Voorde heel wat positieve hervormingen kon doorvoeren.

Architect Oscar Van de Voorde
Eikenhouten bibliotheekkast in de rookkamer
(foto Dirk Laporte, 1998).
 

Vanaf 1904 werd Van de Voorde de eerste tutularis van de nieuwe cursus 'Bouwkunde toegepast aan de versieringskunst' een cursus waarbij de leerling-architecten gestimuleerd werden om decoratieve details in hun ontwerpen te intergreren en deze te toetsen aan de parktische uitvoerbaarheid. Tegelijk werd Van de Voorde ook aangesteld om het vak 'Geschiedenis van het Ornament' te doceren. In 1911 werd aan Van de Voorde de leiding toevertrouwd van het zevende jaar Bouwkunde, het afstudeerjaar.

Voordien, in 1909, was hij aangesteld als hoofdarchitect van de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent, een opdracht die hij met veel bravoure volbracht. Na de Wereldtentoonstelling werd hem zelfs een leerstoel aan de Ecole des Beaux-Arts te Parijs aangeboden, maar hij verkoos in Gent te blijven. In opvolging van Directeur van de Gentse Academie, Jean Delvin (1853-1922) werd Oscar Van de Voorde vanaf 1920 zelf directeur. Hij vervulde deze opdracht tot aan zijn op pensioen stelling in 1935, zonder evenwel zijn lesopdrachten op te geven. Tijdens zijn directeurschap evolueerden de opleidingen van een theoretische vorming naar een op de praktijk gerichte vorming. Het onderwijs aan de Academie van Gent werd in die tijd beschouwd als de meest volledige academieopleiding die men in ons land kon volgen.


Ondertussen was Van de Voorde lid van verschillende verenigingen en commissies: vanaf 1899 lid van de Gentse afdeling van de 'Société Centrale d'Architecture de Belgique', vanaf 1908 lid van de 'Vereniging van Bouwmeesters van Oost-Vlaanderen (van 1924 tot 1928 was hij zelfs voorzitter), vanaf 1902 was hij bestuurslid van de 'Vereniging van Nijverheids- en Versieringskunst' , de vereniging die aan de basis lag van het Gentse Museum voor Sierkunst, later zou hij eveneens in de 'Beheerscommisie van het Museum voor Schone Kunsten van Gent' . Tussen 1919 en 1921 was hij raadsman bij het Ministerie van Openbare Werken, vanaf 1920 tot aan zijn dood was hij briefwisselend lid voor de provincie Oost-Vlaanderen aan de 'Koninklijke Commisie voor Monumenten en Landschappen'. Van 1920 tot 1932 was hij lid van de 'Stedelijke Commisie voor Monumenten en Stadsgezichten van Gent', van 1922 tot 1926 was hij voorzitter van de 'Afdeling Plastische Kunsten' van de 'Cercle Artistique et Littéraire de Gand'. Vanaf 1922 tenslotte was Van de Voorde lid van de Brusselse vereniging 'L'Art Monumental', een vereniging die de eenheid tussen bouwkunst, schilderkunst en beeldhouwkunst wou stimuleren.

Oscar Van de Voorde stierf op 11 juni 1938, nog geen 67 jaar oud. Hij werd op zijn uitdrukkellijk verzoek in alle stilte en eenvoud begraven in de familiekelder op de Westerbegraafplaats te Gent.

 

Art Nouveau
Salon met vast meubilair en symbolistisch ovaal schilderij (foto Dirk Laporte, 1998).


 

Zijn belangrijkste architecturale verwezenlijkingen.

Uit zijn uitgebreid architecturaal oeuvre halen we de belangrijkste verwezenlijkingen. Van de herberginrichting van 'The Excelsior wines' (1901) op de hoek van de Kouter en de Schouwburgstraat in Gent, sinds kort het 'Grand Café De Kouter', zijn enkel de houten deur- en raampuien in zweepslagstijl bewaard. Er zijn verschillende meubelen, tapijten, glasramen en gordijnen naar zijn ontwerp uitgevoerd in gestileerde art nouveau, naar aanleiding van diverse insternationale tentoonstellingen, o.a. voor de eerste 'Exposition Internationale des Arts Décoratifs Modernes' in 1902 in Turijn, kantoormeubelen voor de Wereldtentoonstelling van 1906 in Milaan, een moderne kapel met gedeeltelijk interieur oop de internationale tentoonstelling voor 'Moderne religieuze kunst' (1912). In die periode deed hij geregeld een beroep op meubelmaker Charles Verbeke. Later, naar aanleiding van de 'Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriells Modernes' van 1925 te Parijs mocht hij één van de vijf onderdelen van de Belgische afdeling ontwerpen in art deco, o.a. de ingangsportiek en de 'Hall meublé' uitgevoerd door meubelmaker Charles van Beerleire uit Gent. De meeste van deze meubleen en interieuraankledingen zijn bewaard in diverse musea en bevinden zich ook nog in privébezit.

 

Het vrijzinnige ziekenhuis 'Institut Moderne pour Malades' aan de Koningin Fabiolalaan nr. 57 is ongetwijfeld één van zijn meest moderne realisaties (1909). Daarnaast realiseerde hij verschillende gebouwen in een vrij traditionele neo-Lodezijk XVI~stijl, o.a. de voormalige Bank van Vlaanderen op de hoek van de Kouterdreef en de Universiteitsstraat (1909-1914), het Carelshof te Sint-Amandsberg (1911), de voormalige Belgische Bank van de Arbeid in de Volderstraat nr.1 te gent (1920-1923) en het kasteel 'Blekkervyver' te Aalter (beginjaren '20).

Zijn opmerkelijke werkzaamheden op de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1910 sterkten hem om als hoofdarchitect voor de Wereldtentoonstelling van 1913 te gent op te treden. met o.a. de realisatie van het Feest -en Tuinbouwpaleis in het Citadelpark, de hoofdingang van de Wereldtentoonstelling met de erelaan en de gebouwen van de Belgische, de Franse en de Engelse afdelingen, de monumentale fontein met de beeldengroep van Jules Van Biesbroeck, het Paleis voor Schone Kunsten, het Paleis van de Architectuur, het kantoorgebouw van het 'uitvoerend comité'.

De portieswoning met garage, het gebouw voor de post, telegraaf en telefoon en voor de politie, het gebrouw waarin het Rode Kruis, de bank, het handelskantoor en de brandweer waren ondergebracht, de paviljoenen van Perzië, Italië, Nederland, Nederlands Indonesië en Spanje, het paviljoen van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent en tenslotte de Internationale hal, boekte hij veel succes. Alle gebouwen werden opgetrokken in het zogenaamde 'Staff-procédé' en ze werden vrijwel onmiddellijk na de tentoonstelling gesloopt.

Naast zijn eigen woning in Deurle bouwde hij in die periode een opmerkelijke rijwoning voor beeldhouwen Domien Ingels en zijn vrouw, de schilderes Marie Pauwels, aan de Drongenstationstraat nr. 16 in Drongen (1913).

Na de Eerst Wereldoorlog legde hij zich meningmaal toe op de bouw van sociale woningen in Gent. Voor 'De Gentsche Maatschappij voor Goedkope Woningen' realiseerde Van de Voorde honderden sociale woningen aan de Brugsesteenweg (1922), de Sint-Bernadettestraat (1923), aan de Zwijnaardsesteenweg (1924) en op de hoek van de Violierstraat en de Zonnebloemstraat (1928 en in 1990 gesloopt). In 1930 deed Van de Voorde aanpassingen aan het sociale woningcomplex aan de Zebrastraat en in 1933 in de Roggestraat. voor de 'Gentsche haard' bouwde hij in 1922 de 'Tuinwijk Ter Heide' in Gentbrugge. In hetzelfde jaar werd ook een tuinwijk aangelegd in Ledeberg aan de Bellevuestraat. Achter de Voskenslaan, in de Goudenregenstraat en de Hofmeierstraat werd tussen 1924 en 1927 een kleine tuinwijk gebouwd. Zijn laatste grote opdracht voor de `Gentsche Maarschappij' realiseerde hij in 1933 in de Mimosawijk.

Het eerste grootschalige appartementsgebouw in Gent, de 'Park Residence' aan de Krijgslaan nr. 1-29, met verwijzingen naar art deco en gestilleeerde Lodewijkstijlen, werd door hem in 1925 gebouwd. Eén van zijn laatste werken realiseerde hij in 1930 samen met Valentin Vaerwyck, namelijk het postgebouw, 'Palais Gand-Sud' aan de Franklin Rooseveltlaan, aan de rand van het pas aangelegde Koning Albertpark. Het gebouw werd echter in het begin van de jaren 1990 gesloopt om plaats te maken voor nieuwe administratieve gebouwen van de Stad Gent.

Naar eigen zeggen zou Van de Voorde eveneens filialen van de Bank van Vlaanderen gebouwd hebben in Deinze, Eeklo, Ledeberg en Sint-Amandsberg. Andere werken zouden zich bevinden in Frankrijk en Winnepeg in Canada. Voor Caïro-Heliopolis en Wü-Chang in China ontwierp hij gebouwen voor de trammaatschappij die naderhand door Baron Edouar Empain werden geraliseerd (begin 20ste eeuw). Een groot deel van deze opdrachten realiseerde hij in samenwerking met zijn jongere broer Albert.

Lood-in-Glas
De trapzaal met eikenhouten trap en het glas-in-loodraam op de overloop (foto Dirk Laporte, 1998).

Art Deco
Rookkamer met origineele koperen schoorsteenmantel en twee ingebouwde vitrinekasten (foto Dirk Laporte, 1998).

De Cottage in Deurle (aan de Philip de Dentergemlaan 2 Deurle Sint-Martens-Latem).

Over de ontstaansgeschiedenis van deze woning heeft er in de literatuur en zelfs in het beschermingsbesluit tot monument van 30 mei 1996 een belangrijk misverstand bestaan. Vele autuers zijn er vanuit gegaan dat deze cottage als modelwoning in het 'Moderne Dorp' op de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent was opgesteld in 'Staff-bouw'. Van de Voorde zou met deze moderne woning veel succes geoogst hebben en zelfs een eerste prijs weggekaapt hebben. Daarenboven wordt in de architectenverhandeling van Stephane Boens vermeld dat deze modelwoning was opgesteld in de buurt van de sportterreinen van de wereldtentoonstelling in Gent (aan de Sterre) tussen verscheidene andere woningen die meedongen in een wedstrijd voor een 'Modern woonhuis'. Volgens dezelfde auteur was de woning zo 'succesvol dat ze nadien besteld werd en gereproduceerd in 18 landen over heel de wereld'. Nochtans, bij het bestuderen van de publicatie van Pau De Vuyst die het 'Moderne Dorp' op de Wereldtentoonstelling van 1913 beschrijft is er nergens sprake van deze modelwoning van Van de Voorde. Hoe is dit misverstand dan ontstaan? vermoedelijk door andere gebouwen, ontworpen voor Van de Voorde op de terreinen van de Wereldexpositie met deze cottage te verwarren. Inderdaad het huis van de burgemeester in het 'Moderne Dorp' vertoont enkele stilistische gelijkenissen alsook het gebouw van de post, telegrafie, telefoon en politie en ook het bureel van het uitvoerend comité elders op het expoterrein. Voor de inrichting van deze gebouwen deed Van de Voorde net zoals voor de cottage van Deurle een beroep op de creativiteit van Céline Dangotte uit Brussel.

In de recente monografie (1997) over oscar Van de Voorde brent Anthony Demey, kunsthistoricus bij de Dienst Monumentenzorg en Cultuurpatrimonium van de Provincie Oost-Vlaanderen, voldoende argumenten aan om dit misverstand uit de wereld te helpen.

Door zijn verschillende successen op diverse internationale tentoonstellingen, o.a. 1897 te Brussel, 1899 te Gent, 1902 Turijn, 1906 te Milaan, werd Van de Voorde voor de Wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel door het Gentse stadsbestuur aangezocht om het historiserende Gentse paviljoen (een combinatie van Metselaarshuis en de Achtersikkel) te verwezelijken. Uit eigen initiatief en op eigen kosten ontwierp hij eveneens een 'Moderne Woning' waarmee hij in de prijzen viel. Er werden foto's gepubliceerd in verschillende buitenlandse tijschriften en het internationaal gezaghebbende tijdschrift 'The Sudio' van 1911 liet zich lovend uit over een paviljoen ingericht door Gustave Serrurier-Bovy uit Luik en de cottage van Oscar Van de Voorde. Deze laatste wordt op de volgende wijze omschreven: 'distinguished by its admirable proportions and by the agreebla air of light and homeliness it gave'. Verder wordt vermeld dat de architect geluk had te kunnen samenwerken met Mevr. Céline Dangotte die op een artistieke wijze de gebruiksvoorwerpen en decoratieve voorwerpen uitzocht, de juffrouwen Mabel Elwes en Meta Budry die de muurdecoratie en het borduurwerk ontwierpen en uitvoerden en de heer Victor Acke uit Kortrijk die de meubelen realiseerde naar een ontwerp van Van de Voorde.

Het is dus deze cottage, op de wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel in 'Staff-procédé' opgebouwd, die Van de Voorde naderhand in duurzame materialen liet optrekken als buitenverblijf op de hoek van de Pontstraat en de Philip de Denterghemlaan in Deurle. Wanneer hij dit liet realiseren is tot nog toe niet met zekerheid te achterhalen. Immers, er is noch op de Technische Dienst, noch in het Documentatie- en Archiefcentrum van Sint-Martens-Latem een bouwaanvraag teruggevonden. Deze zou, volgens Urbain Van de Heede, oud-gemeentesecretaris van Deurle, ook nooit ingediend zijn omdat dit in kleine gemeenten vóór de jaren 1920 niet werd gevraagd. Vermoedelijk is de woning opgetrokken tussen 1911 en 1913 als buitenverblijf voor Oscar Van de Voorde en zijn familie. Oscar Van de Voorde bleef ongehuwd en woonde samen met zijn twee ongehuwde zussen die voor hun oude moeder zorgden na de dood van hun vader. Meestal verbleven ze in het ouderlijk huis in Gent, maar in het week-end en tijdens vakantieperiodes verbleven ze in Deurle. De vier slaapkamers in het huis lieten toe dat de volledige familie er langere tijd kon verblijven.

Volgend de Heer Van den Heede was oscar Van de Voorde nooit officieel ingeschreven in het bevolkingsregister van Deurle. De laatste jaren van zijn leven zou hij echter permanent in Duerle verbleven hebben. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, mogelijk ook tijdens de Eerste Wereldoorlog, was de woning bezet door Duitse soldaten. De ligging van de woning, op de hoek van twee straten met zicht op de Leie en haar meersen waren strategisch interessant. De Duitsers lieten het interieur quasi intact, hoewel niet geweten is wat er met de originele geborduurde gordijnen gebeurd is. Na de Tweede Wereldoorlog werd de cottage bewoond door het gezin Jan Van den Berghe uit Kortrijk en mevrouw Langeraert. Zij was een nicht van Oscar Van de Voorde en zij bleef er wonen tot 1983. Gedurende die periode woonde er ook een tuinier in het tuinhuis.


In 1983 werd de woning aangekocht door Mia Reynaert, de huidige eigenares die er met haar gezin woont. Van bij de aankoop besefte de eigenares dat ze een bijzondere woning had gekocht en ondername ze stappen om de villa te laten beschermen om ze in optimale omstandigheden te kunnen restaureren. het zou echter duren tot 9 oktober 1992 vooraleer de bescherming van het dorpsgezicht van Deurle een feit werd met als eindpunt deze eigendom. De originele tuin was ondertussen verkaveld en de scheidingslijn liep dwars door de trappenaanleg van het ondertussen vervallen tuinprieeltje. In de tuin werd een nieuwbouw gerealiseerd waarvoor de gemeente aanvankelijk geen bouwvergunning wou verlenen. De Bestendige Deputatie echter, tekende hiertegen beroep aan...


Voordeur met omlijsting. Bemerk de gelijkenis met het Secessionsgebouw in Wenen (foto Dirk Laporte, 1998).

Vanaf 30 mei 1996 is de woning integraal met het interieur en de tuin als monument beschermd om zijn historische, wetenschappellijke en artistieke waarde. het beschermingsbesluit benadrukt de waarde van dit gebouw in late art nouveaustijl, ooit bewoond door de architect-ontwerper en voorzien van een goed bewaard interieur dat stijlreminiscenties vertoont aan de Wiener Secession, de Schotse Glasgowschool en in bepaalde details reeds neigend naar de art deco. De tuinpaviljoenen, vormt een fraai voorbeeld van tuinarchitectuur en werd eveneens als monument beschermd.

Sedert 1996 is het architectenburo van Ro Berteloot belast met de restauratie. In een eerste faze werden het dak en de dakkapellen hersteld. Volgens architect Ro Berteloot bezat deze woning één van de eerste toepassingen van Eternitleien in Vlaanderen. Bij de restauratie werden deze opnieuw als dakbedekking gebruikt. Een tweede faze, die nog moet aangevat worden zal het schrijnwerk en hte herbepleisteren van de buitenmuren bevatten. later komen het interieur en de restauratie van het glas-in-lood aan bod.

Beschrijving van het exterieur.

De villa bevindt zich in een symmetrisch aangelegde voortuin die gemarkeerd wordt door een terrasvormige aanleg met ovaallopende gecementeerde keremuren met bolvormige gecementeerde en witgeschilderde ornamenten en trappen die respectievelijk naar het woonuis en de prieeltjes links en rechts van het huis lopen. Het linkse is zeer vervallen. Het is in hout opgetrokken, vertoont een leien koepeldakje en streng geometrisch raamwerk. Rechts bevindt zich een op baksteen gecementeerde rotonde met gekoppelde lonische zuilen en een architraaf. Deze neoclassicistische 'folly' heeft iets weg van een verhoogd Tholostempeltje van waaruit men aanvankelijk een zicht had op de Leie en de Leiemeersen. Men kon er verpozen bij goed weer. Beide paviljoenen hebben vermoederlijk geen uitstaans met de Wereldexpositie van Brussel.

Een houten tuinafsluiting met een geometrisch patroon van vierkante motieven lijnt de volledige tuin af. Achteraan in de tuin bevindt zich een witbepleisterd tuinhuis met garage. Het gebouw dat er eveneens vrij vervallen bijstaat fungeerde als woning voor een tuinier-conciërge en eventueel een dienster. Net zoals de woning bevat het een schilddak met Eternitleien en dakkapellen. De garage was bereikbaar via de ondertussen verkavelde tuin van de buren.

De witgeschilderde en bepleisterde woning heeft een quasi vierkant grondplan en telt slechts één bouwlaag boven en souterrain die de volledige oppervlakte van de bovenbouw inneemt. Het gebouw is afgedekt met een enorm overstekend schilddak voorzien van Eternitleien en vier monumentale schouwen. Het dak bevat aan alle zijden welvende dakvensters met aan de achterzijde glas-in-lood in een gestileerde neo-Lodewijk XVI-stijl tot in het bovenste register. Dit dakvenster is verbonden met de overloop in de trapzaal. Van hieruit kan men via een beglaasde deur een dakterras bereiken dat afgebakend was met een witgeschilderde houten balustrade met een geometrisch patroon van vierkantjes. Deze laatste is echter verdwenen.

 
   

Het centrale portaal onder de gebogen daklijst en de rondboogdeur, is toegankelijk via een bordes van tien treden. De decoratieve bloemomlijsting rondom de deur is in feite reeds een vroeg art decomotief, hoewel het ook reeds voorkwam bij de ontwerpers van de Wiener Secession. Op een foto van de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1910 ziet men dat deze bloemomlijsting een andere kleur had. Mogelijk was dit oorspronkelijk verguld zoals bij het Secessionsgebouw in Wenen, ontworpen door Jozeph-Maria Olbrich in 1897. Op de outde foto is eveneens te zien dat er een geschilderde en mogelijk bepleisterde fries onder de dakrand liep. Deze lineaire. golvende fries doet denken aan het Weense Schützenhaus op de Donau, ontworpen in 1906 door Otto Wagner. Trouwens het dakvenster van dit gebouw vertoot eveneens gelijkenis met deze van de cottage van Deurle. De originele woning in Brussel had aan de voorzijde een kleiner dakvenster. Aan weerszijden van het portaal verlichten trapeziumvormige enkerramen respectievelijk de eetkamer en het salon. Het glas-in-lood in de bovenlichten bevat gestileerde florale motieven. Onder de ramen is er een geometrisch patroon van aaneengesloten vierkantjes aanwezig. Diezelfde ramen waren oorspronkelijk ook aanwezig in de achtergevel. Thans is enkel het traperiumvormige raam van de keuken bewaard. Het geeft eveneens uit op een terrasje afgebakend met een witgeschilderde houten balustrade waarin de aaneengesloten vierkantjes voorkomen. Het andere raam naar de gelijkvloerse slaapkamer kreeg enkele jaren terug een nieuwe vormgeving in hardhout.

De oostgevel, die de eetkamer en keuken begrenst, is zeer gesloten en bevat vier kleine rechthoekige vensters die bovenaan licht geven in deze ruimten. In de plint werden bij de verbouwingen, onder leiding van architect Balliu, glasdallen aangebracht om licht te trekken in de kelder. De westgevel die het salon en de rookkamer begrenst was oorspronkelijk ook vrij gesloten maar werd bij diezelfde verbouwingen meer opengewerkt. Het ovale raam van het salon was vermoedelijk niet aanwezig in de modelwoning in Brussel omdat er in het interieur een lambrizering liep. In Deurle werd dit raam geplaatst om vanuit het salon een doorkijk te hebben op de tuin, de rotonde en de Leie.

Beschrijving van het Interieur.

De plattegrond vertoont een zeer logische en symmertrische indeling. De inkomhal en de gang verdelen het huis in twee bijna identieke delen. Links bevindt zich de intacte eetkamer met erachter de vrij goed bewaarde keuken. Rechts bevinden zich drie opeenvolgende plaatsen: het originele salon vooraan is verbonden met de intacte rookkamer door een brede, bovenaan beglaasde eiken houten poitiek. Ahter de rookkamer bevonden zich oorspronkelijk de slaap- en badkamer. In deze ruimte is niets origineels bewaard.

De inkomhal met marmeren bevloering is verbonden met de trapzaal door de gebogen beglaasde deur die gevat is in een beglaasde omlijsting waarin bovenaan guirlanders zijn uitgewerkt in gekleurd glas-in-lood. In feite wordt hier het motief waarin de voordeur in de voorgevel is gevat, herhaald. De trapzaal heeft een gecombineerde vloer van vierkante tegels in gebroken wit met in de hoeken telkens kleinere ruitvormige groene tegeltjes. De originele eikenhouten trap leidt naar de zolderverdieping waar zich drie slaapkamers en een badkamer bevinden. In de slaapkamers is er, behalde de glas-in-loodramen geen originele aankleding of vast meubilair behouden. De trapplaa heeft zijn originele lantaarn verloren. In de trapzaal hangt een schilderij in olieverf, op 15 mei 1900 geschilderd door Edmond De Martelaere. Het stelt Oscar Van de Voorde voor als jong architekt en op de zwarte achtergrond is het wapenschild te zien van de vereniging 'Kunst en Kennis'. Onder de trap bevind zich de toegang tot de ruime kelder waardoor een beglaasde wand onder de trapboom werd geplaatst. De cottage op de Wereldtentoonstelling in Brussel had geen kelder. Achter de trap bevindt zich de vestiaire die niet meer origineel is. De verschillende eikenhouten binnendeuren die uitgeven op de hal bezitten nog hun origineele koperen klinken.

De eetkamer, het pronkstuk van deze woning, is bijna identiek gebleven aan de toestand van de Wereldtentoonstelling in Brussel. De uitschuifbare eettafel heeft een blad van eik en witgeschilderde poten. Al het meubilair en de lambrizeringen zijn hier trouwens wit geschilderd. Hiermee volgde Van de Voorde een internationale tendens, reeds bij Pater Behrens in Darmstadt en bij Charles Renny Mackintosch in Glasgow te zien en in die periode ook aan te treffen bij de Belgische ontwerpers Albert Van huffel, Paul Hamesse en Flow Van Reeth. De stoelen bezitten een biezen zitting en de poten van de tafel en stoelen zijn telkens voorzien van voetjes in messing. Op de binnenzijde van de rug van de stoelen is er telkens een gestileerd ruitvormig bloemmotiefje uitgewerkt in inlegwerk van parelmoer, ebbenhout en mogelijk Sapell of Grand bassam of Kambala. Dezelfde motiefjes komen ook voor in de vaste buffetkasten aan weerszijden van de kamer. Oorspronkelijk was er een bahangpapier met dezelfde motieven of misschien waren het sjabloonmotiefjes rechtstreeks aangebracht op de gespleisterde wanden. ook in het glas-in-lood komen deze motieven voor. Dit motiefje komt voor in een publiciteitsaankondiging van "l'Art Décoratif" van Céline Dangotte in de publicatie "l'Exposition de Gand" van 1913. Vermoedelijk heeft zij in samenwerking met Oscar Van de Voorde de eetkamer geconcipieerd. De originele haard is verdwenen maar de tegeltjes aan weerszijden van de haard en de haardspiegel zijn bewaard. Het gebeeldhoude busterportret dat aanvankelijk op de schouwmantel was tentoongesteld, bevindt zich nog steeds in de eetkamer en de keuker is er nog het originele doorgeefluik en erboven bevindt zich nog het originele parabolische raam met glas-in-lood. De koperen luster, voorzien van textiel, heeft veel gelijkenis met de originele maar hij is ovaalvormig uitgewerkt. De luster in de woning Renson te Gent, ontworpen door Albert Van huffel heeft hiermee veel gelijkenis. De lampenkapjes die vastgehecht zijn aan de lambriseringen bezaten oorspronkelijk glazen cilindrische staafjes. Mogelijk zijn zij ontstaan uit een samenwerking tussen Van de Voorde, Céline Dangotte en Mabel Sarton-Elwes en Mata Budry. Het Museum voor Sierkunst in Gent heeft enkele stroken textiel die mogelijk een aanduiding geven over de gebruikte gordijnen. Er dient evenwel nog verder onderzocht te worden welke de bijdragen waren van voornoemde personen in ontwerp en uitvoering. Thans zij er vrij banale lampenkapjes te zien die geenzins gelijkenis met de originele vertonen.

De keuken heeft nog haar originele blauwe vitrinekasten en haard tegen de oostgevel van de woning behouden. De schouwmantel is in overeenstemming gebracht met witte en blauwe tegeltjes in dambordpatroon en ook de vloer sluit hierbij aan. Op de schouwboezem zijn er twee schilderijtjes met stadslandschappen achter glas te zien.links een stadsgezicht op Ieper, rechts een gezicht op Brugge. Centraal op de schouwboezem is er een symbolisch schilderijtje te zien. Wie zo geschilderd heeft is niet bekend maar vermoedelijk was het Van de Voorde zelf. Door condensatie en vochtinfiltratie zijn ze echter gedeeltelijk beschadigd.

Het salon heeft zijn origineele eikenhouten lambrisering behouden. De zitbank aan de straatzijde is verdwenen maar links van de haard is ze behouden. boven deze zitbank geflankeerd door twee kleine eikenhouten kastjes bevindt zich een ovaal symbolisch schilderij, vermoedelijk van de hand van Van de Voorde. Ook de koperen haardkachel is verdwenen en vervangen door een radiator. Eén armstoel van eik zou naar een ontwerp van Oscar Van de Voorde zijn.

De rookkamer die zeer functioneeld is ingericht, is veel intecter bewaard. Zowel de koperen haard gevat in een geel marmeren schouwmantel en de symbolische schildering achter glas op de schouwbouzem zijn bewaard. De schoorssteen is gevat in eikenhouten glazen vitrinekasten, bedoeld als bibliotheek. Tegen de wand van de trappenhal staat nog een andere eikenhouten en beglaasde bibliotheek die opvallend modern aandoet. Ook deze kast is een ontwerp van Van de Voorde. Volgens 'The Studio' werd dit meubilair uitgevoerd door meubelmaker Victor Acke uit Kortrijk, waarover we verder geen gegevens hebben gevonden. In deze ruimte is ook een plaasteren afgietsel bewaard van de bronzen plaket, gemaakt door Henri Thiery en aangebracht in de hal van de voormalige Academie in gent naar aanleiding van Van de Voordes op pensioen stelling in 1935.

Evaluatie.

Deze cottage vormt een uitzonderlijk voorbeel van 'Gesamtkunst' in de overgansfaze van art nouveau naar art deco. In de stijlvolle inrichting van het interieur gaat de verfijnde vormgeving gepaard met een verzorgde afwerking en extra aandacht voor de decoratieve detaillering. Van de Voorde ontwierp niet enkel de meubelen maar het volledige interieur werd tot in de kleinste details door hem gecorcipieerd. Zijn getuigen van zijn voorliefde voor sobere geometrische composities en strakke lijnen. De invloed van de 'Wiener Secession' met de ontwerpen van Otto Wagner en Joseph Maria Olbrich is constant aanwezig, ook voor het exterieur. Anthony Demey wijst in dat verband naar de treffende gelijkenis met het gebouwtje van de 'Marktamt' op de Nachmark te Wenen. hoe de samenwerking tussen Oscar Van de Voorde, Céline Dangotte en Sarton-Elwes en Meta Budry verliep dient nog verder onderzocht te worden. Eén ding echter is zeker, de cottage of het "Maison d'art" van Oscar Van de Voorde vormt samen met de tuin een uniek geheel dat met alle zorg dient te behouden en gerestaureerd te worden.

BIBLIOGRAFIE
Boens S. 1913: De wereld te gast in Gent, onuitgegeven architektenverhandeling, Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent, 1982.
Bogaert Ch., Lanclus K. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, Architectuur, deel 12 nr 3, kantons Deinze-Nazareth, Turnhout, 1991 p. 399-400
Capiteyn A. In tentoonstellingscatalogus: Gent in weelde herboren, Wereldtentoonstelling 1913, Gent, 1988.
Demey A., Oscar Van de Voorde, architect (1871-1938), Gent, 1997
De Vuyst P. Het Moderne Dorp op de Wereldtentoonstelling te Gent 1913. Nota's verslagen, zichten en plans uitgegeven door het Sudiecomiteit van het Moderne Dorp, Antwerpen-Brussel, 1913.
Dubois M., Albert van huffel, Gent, 1983
Dubois M., Tussen art nouveau en art deco, Interieur Renson te Gent 1914-1915, architect Albert Van huffel in: De Woonstede door de eeuwen heen, nr 90, Laarne, juni 1990.
Intérieurs modernes anglais et francais, Paris, 1911, Pl. 18, 20, 26, 27.
Pieteraerens M., in: jaarverslag van de Provincie Oost-Vlaanderen 1996, Monumentenzorg en cultuurpatrimonium Gent, 1997, p.295
Pieteraerens M., Weerspiegeld in de Leie, Landschap en bouwkundig erfgoed tussen Gent en Deinze, Gent 1993.
The Studio, Studio-Talk, Brussels. London 1911, p 324-327.
Van de Heerde U., Geschiedenis van Deurle, Sint-Martens-Latem, 1992.
Vermeulen A., De Leie, Natuur en cultuur, Tielt, 1988, p.527-528.
Wijffels L., De Wereldtentoonstelling te Gent in 1913, een architectonische evaluatie van het werk van Oscar Van de Voorde, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, R.U, Gent, 1979.

Artikel uit "De woonstede door de eeuwen heen" - Maart 1999 nr 121 - Dirk Laprote.

--- END ---

Meer artikels

Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, St.Martens-Latem, gemeente, kunst, art deco, art nouveau, wiener secession, oscar vande voorde Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, gemeente, oost vlaanderen, oost-vlaanderen, Sint Martens Latem, oscar vande voorde, oscar van de voorde, vande voorde, vandevoorde, architekt, architect, artdeco, cottage, art deco, art nouveau, artnouveau, art, kust, kunstgallerij, kunst gallerij, kunt gallerijen, wiener sezession, sezession, wiener, glasgow school, art school, school, bedrijven, verenigingen, St.Martens-Latem, restaurant, restaurants, fietsroutes, fietsroute, fiets route, fietsen, fiets, immo, st.Martens-Latem, map, Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, St.Martens-Latem, gemeente, kunst, art deco, art nouveau, wiener secession, oscar vande voorde Sint-Martens-Latem, sint martens latem, sintmartenslatem, gemeente, oost vlaanderen, oost-vlaanderen, Sint Martens Latem, oscar vande voorde, oscar van de voorde, vande voorde, vandevoorde, architekt, architect, artdeco, cottage, art deco, art nouveau, artnouveau, art, kust, kunstgallerij, kunst gallerij, kunt gallerijen, wiener sezession, sezession, wiener, glasgow school, art school, school, bedrijven, verenigingen, St.Martens-Latem, restaurant, restaurants, fietsroutes, fietsroute, fiets route, fietsen, fiets, immo, st.Martens-Latem, Artdeco cottage Art deco Art nouveau, Artnouveau, art, kust, kunstgallerij, kunst gallerij, kunt gallerijen, Wiener Secession, Secession, architekt, architect, Oscar Vande Voorde, Oscar van de Voorde, Vande Voorde, Vandevoorde